Persberichten

Hoofdbestuur en vakgroepen van de Boerenbond evalueren de voorstellen voor MAP4
Terug | Print
Document van:
Document nummer:
Document datum:
Auteur:
Tijdschrift:
Tijdschrift datum:
Tijdschrift nummer:
Instelling:
lReeks:
Reeksnummer:
Reeksnummer 1:
Reekswetgeving:
Reekstitel:
Pagina:
Uitgever:
Publicatiejaar:
ISBN:
TrefwoordenLabirint:
Trefwoorden: MAP, mestbeleid
Rubriek:
Ligplaats:
Dossiers:
Bron:
PERSBERICHT
Datum: 14 februari 2011

Hoofdbestuur en vakgroepen van de Boerenbond evalueren de voorstellen voor MAP4

Vorige donderdag werden de landbouworganisaties door Joke Schauvliege, Vlaams
minister van Leefmilieu, geïnformeerd over de resultaten van het overleg over
het vierde mestactieplan (MAP 4) tussen de Vlaamse overheid en de EU
Commissie. In een eerste reactie stelde Piet Vanthemsche dat het standpunt van
de Boerenbond zou worden bepaald op basis van een interne consultatie van de
vakgroepen en van het Hoofdbestuur, de hoogste besluitvormingsorganen van de
beroepswerking van de Boerenbond. De consultatie van de vakgroepen had vorige
vrijdag plaats. Deze morgen boog het Hoofdbestuur van de Boerenbond zich over
het voorliggende MAP 4.

De eerste reactie is er één van grote teleurstelling. Het voorstel houdt weinig
of geen rekening met de vooruitgang die de voorbije jaren werd geboekt. De
voorgestelde normen betekenen een zeer grote verstrenging, in die mate zelfs
dat men zich de vraag kan stellen of dit actieplan niet haaks staat op de goede
landbouwpraktijken. Voor vele teelten stelt zich de vraag of met deze normen de
producties kunnen gehaald worden, die de Vlaamse land- en tuinbouw nodig heeft
om rendabel te zijn. Bovendien hangt aan de voorgestelde normen een
kostenplaatje dat de moeilijke situatie van een aantal sectoren die het nu
reeds heel moeilijk hebben, nog verder bemoeilijkt en dat weegt op de
concurrentiepositie van onze Vlaams land- en tuinbouw. In een eerste raming
wordt de jaarlijkse financiële impact geschat op minstens 9,5 miljoen euro in
2011-2012 en loopt verder op van jaar tot jaar. Alle sectoren van onze land- en
tuinbouw, zowel de dierlijke als de plantaardige productie, zullen getroffen
worden door de impact van dit MAP.

De Boerenbond zal in de komende weken de beleidsverantwoordelijken aanspreken,
zowel op het lokale als op het centrale niveau. Op de vergaderingen van de
vakgroepen en van het Hoofdbestuur werden reeds een aantal krachtlijnen
vastgelegd:

tijdens de consultatiefase die nu volgt zal de Boerenbond de problemen
aankaarten die dit ontwerp-MAP stelt, sector per sector. Daarbij zullen we
aantonen dat een aantal onderdelen van wat nu ter tafel ligt onuitvoerbaar zijn.
In de verdere uitvoering nadien eist de Boerenbond een snelle uitwerking van
een doenbare derogatieregeling ook reeds voor 2011, een werkelijke
administratieve vereenvoudiging en flankerende maatregelen die de impact van
MAP4 voor de land- en tuinbouwers milderen en een zo goed mogelijke omkadering
verzekeren.
Het huidige beleid van de Mestbank is niet adequaat. De opdracht van een
administratie moet zijn informeren, begeleiden, waarschuwen en pas dan
sanctioneren en in die volgorde. Deze discussie werd reeds vroeger met het
management van de Mestbank gevoerd, zonder goed resultaat. De Boerenbond vraagt
een engagement aan de bevoegde minister en aan de Vlaamse regering om het
beleid van de Mestbank om te gooien naar een doelgericht en tegensprekelijk
begeleidings- en controlebeleid op basis van de bovengenoemde principes. De
Boerenbond vraagt om het zittend management van de mestbank af te rekenen op de
mate waarin zij een dergelijke turnaround kunnen realiseren.
De Boerenbond vraagt aan de overheid om het metingssysteem van nitraatresidu
verder kritisch te blijven opvolgen en zal daar zelf zijn steentje toe
bijdragen. Elke twijfel moet daarbij in het voordeel van de boer spelen.
De Boerenbond eist een herziening van het bestaande meetnet voor nitraat in
oppervlaktewater, zodat er eindelijk een eerlijke vergelijking met de toestand
in andere landen kan komen.

De Boerenbond zal ook zelf verantwoordelijkheid nemen. Het Hoofdbestuur
besliste deze morgen om bijkomende middelen vrij te maken voor het omkaderen
van MAP4 en de voorbereiding van MAP5. Met deze middelen zal geïnvesteerd
worden in onderzoek met betrekking tot het meetnet, de opvolging van
nitraatresidu metingen, een betere onderbouwing van de opbrengsten van de
Vlaamse land- en tuinbouw, een betere onderbouwing van fosfaatbehoeften van
onze plantaardige productie.

De Boerenbond wil zich verder engageren voor een betere waterkwaliteit in
Vlaanderen. Dit kan enkel in een samenwerking tussen een sector en een overheid
die mekaar vertrouwen en respecteren. Het vertrouwen van de landbouwsector in
de overheid is geschokt. De Boerenbond eist op zeer korte termijn een
vertrouwenwekkend signaal en duidelijke engagementen van de Vlaamse Regering en
van de Vlaamse administratie. Alleen verregaande, duidelijke en concrete
engagementen zullen de Vlaamse land- en tuinbouwers overtuigen dat hun overheid
oog heeft voor hun rechtmatige belangen.



Meer informatie
Anne-Marie Vangeenberghe
woordvoerder Boerenbond (0479 85 86 87)



Disclaimer | Contact | Site-map